Kennelhoest is een keel- en luchtpijpontsteking

Symtomen van kennelhoest zijn:

een droge schraaphoest net als of er iets verkeerds in de keel zit. Daarnaast wordt vaak ook slijm opgehoest met vaak het gevolg tot kokhalzen. In het begin van de ziekte kan een hond ook slomer zijn, koorts hebben en minder eten. In de loop van enkele weken stopt het hoesten meestal vanzelf maar er kunnen ook complicaties optreden zoals bronchitis of longontsteking.
De keel- en luchtpijpontsteking kan ook chronisch worden en is dan moeilijk te genezen. Bij erg jonge , oudere , of zwakkere honden met minderde weerstand kan kennelhoest zich al in de beginfase door koorts en het stoppen met eten en drinken tot een ernstig ziektebeeld ontwikkelen.

De oorzaak:

Van meer dan één virus is bekend dat het luchtwegontstekingen kan veroorzaken of de hond gevoeliger kan maken voor de belangrijkste bacterie die bij kennelhoest een rol speelt. Verminderde weerstand, stress, veel blaffen of een hogere infectiedruk (veel honden bij elkaar waarvan meerdere de aandoening hebben) verhogen de kans op verspreiding en aanslaan van de infectie.
De naam kennelhoest is dan ook ontstaan doordat de ziekte zich vooral laat zien op plaatsen waar veel honden dicht bij elkaar leven, zoals bijvoorbeeld in een pension het geval is. Ook kan de infectie op straat en bijvoorbeeld op het trainingsveld van hond tot hond worden doorgegeven.
De ziekte wordt verspreid door deeltjes die bij het hoesten worden rond gesproeid en door opgegeven slijm. Een hoestende hond moet dus bij andere honden vandaan gehouden worden om verspreiding te voorkomen. Houd er rekening mee dat besmetting ook via mensenhanden of kleding kan plaats vinden. vergeet niet dat de infectiekans blijft bestaan zolang de hond hoest.

De behandeling:

Bij milde hoestklachten zonder ziekte bij volwassen jongere dieren kan kennelhoest ook met alleen rust en zo nodig een kinderhoest-drankje genezen worden. Bij wat ergere hoestklachten, verschijnselen van algemeen ziek zijn, jonge of oude dieren is het vaak veiliger de keelontsteking met antibiotica te behandelen. Afhankelijk van het totale ziektebeeld kan de dierenarts een hond controleren alvorens een antibioticumkuur voor te schrijven of de dierenarts kan besluiten ongezien een kuurtje medicijnen klaar te leggen. Controle is vooral nodig bij de dieren waarbij de kans op complicaties groter is, maar ook als de dierenarts zonder controle van de hond er niet zeker van is dat het om kennelhoest gaat. Diverse hart- en longaandoeningen kunnen ook de oorzaak van het hoesten zijn en dan is het vlot inzetten van een daarop gerichte behandeling van groot belang.

Het (proberen te )voorkomen:

Doormiddel van een vaccinatie is het mogelijk de hond te beschermen tegen kennelhoest. De 'cocktailprik' geeft een zekere weerstand tegen bij kennelhoest betrokken virussen. Een aparte inenting tegen de bacterie (Bordetella) is van belang voor een echt goede bescherming.

Er zijn twee soorten kennelhoestvaccins:

'Intrac' is een vaccin dat de in de neus gedruppeld wordt. Het zorgt voor de vorming van antistoffen in neus en keel, de toegangspoort voor de infectie. De werkingsduur is ongeveer een half jaar.

'Pneumodog' wordt ingespoten en geeft bescherming door de vorming van antistoffen in het bloed. De eerste keer moet de inenting 2 x worden gegeven met een tussentijd van een maand. Daarna is een jaarlijkse herhalingsenting voldoende. Vanwege de betere bescherming word de Intrac neusdruppel vaccinatie aangeraden.

Voor meer informatie http://www.dewagenrenk.nl/