DOOFHEIDONDERZOEK BIJ DE HOND
N.A. Dijkshoorn, dierenarts te Zeist
Utrechtseweg 50, 3704 HE, tel: 030-6954264

Inleiding

Regelmatig worden dierenartsen geconfronteerd met honden waarvan de eigenaar vindt dat de hond ongehoorzaam is of zelfs veronderstelt dat de hond geheel doof is. Slechthorendheid kan bij de hond optreden door een met oorsmeer en viezigheid, verstopte uitwendige gehoorgang. Een andere oorzaak kan zijn een kapot trommelvlies, zodat de geluidsgolven niet de gehoorbeentjes tot trilling kunnen brengen. Beide afwijkingen zijn bij een nauwkeurig onderzoek van de uitwendige gehoorbuis waar te nemen. Hierbij gebruikt de dierenarts een otoscoop, een trechtertje dat in de gehoorbuis wordt gestoken en waarin een lampje zit bevestigd dat de donkere gehoorgang verlicht. Vuile oren moeten worden gespoeld om ze goed te reinigen. Oren van de hond mogen beslist niet schoongemaakt worden met een wattenstaafje zoals dat bij de drogist te koop is. Omdat er een bocht zit in de gehoorgang van de hond , wordt het vuil met zo'n wattenstaafje vanuit de verticale gehoorgang eerder in het horizontaal verlopende stuk aangestampt, dan dat het uit het oor wordt verwijderd. Het aangestampte vuil veroorzaakt een toename van de klachten en dan is de gehoorgang uitsluitend nog met spoelen schoon te krijgen. Nadat het oor is gespoeld wordt de gehoorgang, zonodig, nabehandeld met oorzalf. Bij jonge honden en katten zijn oren nogal eens ontstoken door oormijt, zodat de aangebrachte oorzalf niet alleen de oorontsteking moet behandelen, maar ook de parasieten moet doden. Beschadigingen van het trommelvlies kunnen spontaan herstellen, maar kunnen ook aanleiding geven tot ontstekingen van het middenoor, zodat de patiënt met een trommelvliesbeschadiging veelal met antibiotica wordt behandeld. Beschadigingen van het trommelvlies kan optreden door onoordeelkundig reinigen van de gehoorgang (met stokjes!) of door het gebruik van agressieve stoffen als reinigingsmiddel: gebruik hiervan dient dan ook zeker te worden vermeden! Als honden die ongehoorzaam lijken of verdacht worden van doofheid geen afwijkingen vertonen van de uitwendige gehoorgang of het trommelvlies, dan bestaat de verdenking dat het dier geen geluid kan waarnemen. Hierbij kunnen afwijkingen voorkomen aan de cellen die de trillingen opvangen, de zenuw die de signalen naar de hersenen geleiden of de gehoorkern in de hersenen waarin het dier geluid gewaar wordt. Dit betreft veelal aangeboren (of "congenitale") doofheid.

Aangeboren doofheidpups in roes,klaar voor de test

In de diergeneeskunde kennen wij honden met aangeboren doofheid waarbij vaak afwijkingen voorkomen in de cellen die de trillingen opvangen. Die cellen zijn vaak afwijkend als de pigmentcellen van dat dier ook afwijkend zijn ten gevolge van een ontbrekende bloedvoorziening. Deze bloedvoorziening kan tot de leeftijd van 4 weken nog min of meer normaal zijn, maar neemt daarna af. Bij die dieren met afwijkende pigmentcellen wordt veelal een witte vacht waargenomen, eventueel in samenhang met blauwe ogen zoals de Dalmatische hond, de Bull Terrier en de Engelse Setter. Dit zijn dus niet de albino's (wit met rode ogen), die wit zijn omdat ze geen pigment cellen hebben. Ook kunnen de honden die een haarkleed hebben met donker en licht haar zoals de Collie, Shetland Sheepdog en Australische Shepherd dog, de zogenaamde merle's last hebben van deze erfelijke doofheid. Deze aangeboren doofheid wordt zowel éénzijdig als beiderzijds gezien. Vooral de éézijdige doofheid is lastig vast te stellen. Toch is het wel van belang om te weten of de hond éénzijdig doof is, omdat er veel minder dove honden geboren worden uit horende ouderparen dan uit ouderdieren waarvan er één of beide (eenzijdig) doof is. De aangeboren doofheid bij Dalmatische honden, wordt vooral waargenomen bij die dieren die geen (gepigmenteerde) kopvlek hebben en vooral bij die dieren die een blauwe iris hebben. Doofheid, vooral eenzijdige, is niet gemakkelijk vast te stellen bij honden. Dit geldt zeker als het nog jonge pups betreft die nog bij de teef zijn. Om vast te stellen of een hond geluid kan waarnemen, wordt geluid aan één oor aangeboden waarna electrische stroompjes gemeten worden die in de oorzenuwen en de hersenen hierdoor worden opgewekt, de zogenaamde BAER (brainstem auditory evoked response).

De meting van BAER tonen slaan uit, pup hoort goed.

De electrische stroompjes die ontstaan bij het prikkelen van een zenuw, verplaatsen zich naar de hersenen. In de hersenstam zijn er knooppunten waar de zenuw overschakelt op één of meerdere andere zenuwen op zijn weg naar de gehoorkern in de hersenen. De hierbij optredende hersenactiviteit is op te vangen en na versterking zichtbaar te maken op een scherm of via een schrijver vast te leggen op papier. Hierbij is te denken aan een EEG (electro-encephalo-gram) waarbij ook hersenactiviteit wordt gemeten. Het gehooronderzoek wordt op de Diergeneeskundige Kliniek te Zeist in een speciale storingsvrije en voor de BAER-test daartoe ingerichte ruimte verricht. De ruimte is zo gelokaliseerd dat de pups niet in de wachtkamer bij andere patiënten behoeven te verkeren. Bij de BAER-test wordt de hersenactiviteit opgewekt doordat het trommelvlies klikgeluiden opvangt. Deze klikgeluiden (1000 kliks per minuut met een sterkte van 70 decibel) worden opgewekt door een machine en hoorbaar gemaakt met een koptelefoontje dat in de gehoorgang van een oor wordt aangebracht. Er worden drie dunne naalden, die met snoertjes verbonden zijn met de BAER-machine (de zogenaamde electroden), onder de huid gestoken; een bij elke oorbasis en een midden op de kop . De gemiddelde hersenactiviteit die meetbaar is nadat 1000 kliks zijn aangeboden, vertoont een kenmerkend patroon van 5 pieken. Bij de beiderzijds horende hond vertonen de BAERs van beide oren een identiek beeld. Is een hond eenzijdig doof dan zijn de BAERs van die zijde sterk afwijkend .Beiderzijds dove honden hebben BAERs van min of meer vlakke registratielijnen. De geringe registratie bij de zijde van het dove oor van een eenzijdig dove hond is te verklaren doordat het niet dove oor de kliks waarneemt als het dove oor geprikkeld wordt, zodat de hersenen toch worden geprikkeld, maar door het andere, niet geteste oor.

Resultaten van doofheidonderzoek

In de afgelopen 5 jaren werden door ons op verzoek van de Nederlandse Club voor Dalmatische honden (NCDH) bij alle pups waarvoor de vereniging bemiddelt, doofheidonderzoek uitgevoerd door middel van BAER-meting. Omdat wij op onze Diergeneeskundige Kliniek de BAER- apparatuur beschikbaar hebben, werd ook voor eigenaren van honden van andere rassen het doofheidonderzoek uitgevoerd. Zo werden door ons ook bijvoorbeeld Bull Terriërs, Australische Cattle Dogs, Engelse Setters, en katten (Siamezen, Main Coon, witte Europese korthaar) onderzocht. Van alle geteste dieren bleken 17.6% Dalmatische honden, 33% Argentijnse Doggen, 8% Bull Terriers en 3% Engelse Setters eenzijdig of beiderzijds doof te zijn. Door de W.K. Hirschfeld Stichting werd een formulier ontworpen, dat op verzoek van de eigenaar wordt ingevuld naar aanleiding van de uitslag van het BAER onderzoek. Dit formulier wordt op verzoek van de eigenaar naar de W.K.Hirschfeld Stichting en de NCDH (rasvereniging) verzonden. De fokker zal de resultaten van dit onderzoek gebruiken bij de fokkerij. Zo wordt er niet met één- of beiderzijds dove Dalmatische honden gefokt door leden van de NCDH. Door deze maatregel zal het aantal gefokt Dalmatische honden met doofheid afnemen. Bij de pups wordt de BAER test uitgevoerd als de hond minimaal 6 weken oud is omdat de hond dan geidentificeerd is en de haarcellen die de geluidsgolven moeten waarnemen bij de dove honden vanaf die leeftijd duidelijk afwijkend zijn. Ook wordt op verzoek van eigenaren die hun hond of kat verdenken van éénzijdige of beiderzijdse doofheid een objectieve en veilige gehoortest uitgevoerd; de uitslag is direct bekend.

Samenvatting

Doofheid van de hond kan voor het dier zelf, voor zijn functioneren en voor zijn relatie met de baas een invaliderende afwijking zijn. Omdat congenitale doofheid een erfelijke afwijking is en er meer dove dieren worden geboren uit ouderdieren waarvan één of beide doof zijn, wordt een gehoortest uitgevoerd bij fokdieren en bij pups voordat deze door de fokker worden verkocht of voor de fokkerij worden ingezet. Ook jonge en volwassen honden en katten die op grond van afwijkend gedrag door de eigenaar verdacht worden van doofheid, kunnen op deze wijze worden onderzocht. Door middel van het registreren van de electrische hersenactiviteit, opgewekt door klikgeluiden die per oor worden aangeboden, kan op een betrouwbare wijze het horen of niet-horen worden vastgesteld. Deze BAER-meting is voor het dier niet vervelend of gevaarlijk. Vooral honden en katten die een witte vacht of een merle vacht die een van afwijkend pigment hebben, vertonen frequent éénzijdige of beiderzijdse doofheid. Eigenaren, fokkers en dierenartsen kunnen op grond van de BAER-registratie doofheid op objectieve wijze vast stellen.