De puppies en ouder dieren worden getest voor CEA maar wat is dat eigenlijk?

De Collie Eye (=oog) Anomaly (=aangeboren abnormaliteit) of CEA is een verzamelnaam van een groep aangeboren ontwikkelingsstoornissen van het netvlies/vaatvlies en de achterwand van het oog bij de Collies, de Shetland sheepdog en Australian Shepherd.
De afwijkingen komen meestal beiderzijds voor, maar kunnen ook éénzijdig voorkomen. In Nederland heeft circa 20-40 % van de Collies en Shelties CEA.

Wat zijn de verschijnselen?

De lichtste afwijking kan bestaan uit een overmatige kronkeling van de netvliesvaten (tortuosity= TORT). Er bestaat enig verschil van mening over de vraag of Tort wel bij het CEA-syndroom behoort. Daarom worden alleen zeer uitgesproken vaatafwijkingen aangeduid als CEA.

De tweede vorm is de chorioretinale dysplasie (CRD), waarbij kleine gebiedjes netvlies-vaatvlies verkeerd zijn aangelegd. TORT en CRD geven geen duidelijke problemen met het gezichtsvermogen. Ook komen hierbij overgangsvormen voor, waarbij niet zeker is of de hond net wel of net niet als vrij van CEA moet worden beschouwd. Deze honden worden als twijfelgevallen aangemerkt. Bij dergelijke dieren kan vooralsnog pas na een testkruising worden bepaald of zij inderdaad lijder zijn.

Het derde type afwijking bij CEA wordt gevormd door de sluitingsdefecten of colobomata (= Col). Een coloboma geeft alleen bij hoge uitzondering problemen met het gezichtsvermogen, zelfs als zij erg groot zijn en/of in de papil of blinde vlek liggen.

De ernstigste typen afwijkingen die horen bij CEA zijn de netvliesloslating (AR), bloedingen in het oog (IOB) en de onderontwikkelde oogzenuw (Hypoplastische papil of HP). Deze vormen hebben wel vrijwel steeds blindheid van het desbetreffende oog tot gevolg. Het is overigens niet geheel duidelijk of de hypoplastische papil inderdaad bij het CEA-syndroom behoort, of dat het een aparte afwijking is. De combinatie komt in ieder geval wel regelmatig voor. CEA is in het algemeen niet progressief. De pups worden dus met één of twee blinde ogen geboren of niet. Alleen de netvliesloslating (AR) en de bloedingen in het oog (IOB) kunnen tijdens het verdere leven nog enigermate verslechteren. CEA veroorzaakt geen pijn voor de hond.

Hoe en wanneer is CEA vast te stellen?

Bij de lichtste vormen kunnen deze plekjes bij de vorming van de reflectorlaag in het oog (7-8 ste week) worden afgedekt en daardoor weer aan het oog van de onderzoeker worden onttrokken. Dergelijke honden lijken daardoor later vrij van CEA, terwijl zij bij de nestcontrole niet vrij zouden hebben gekregen (zogenaamde "go normals"). In het kader van de bestrijding van CEA is het dan ook het beste de controle op de afwijking in de 6e levensweek te verrichten. Voor de vaststelling van de overige vormen van CEA is het beter als de oogbol volgroeid is.

Wat is er aan te doen?

Een therapie is onbekend.

Wat is de oorzaak?

CEA is een erfelijke afwijking, die een enkelvoudig, niet geslachtsgebonden, recessieve wijze van overerven zou vertonen. Toch lijkt het erop, dat er een zekere variatie in de expressie aanwezig is, waardoor het patroon van overerven wat minder simpel is dan bij de PRA-nachtblindheidsvorm.

Hoe kan CEA worden voorkomen?

Op zich laat CEA zich, verhoudingsgewijs, door fokmaatregelen goed bestrijden. Dit komt vooral doordat de CEA al op 6 weken leeftijd is vast te stellen. Hierdoor kan men direct gegevens over de erfelijke eigenschappen van de ouderhonden krijgen. Ook wordt maar een zeer beperkt percentage van de nakomelingen aan beide ogen blind, zelfs als het een kruising tussen een drager en een lijder aan CEA betreft. Hierdoor kan men zonder veel problemen testkruisingen doen en daarmee de CEA-dragers opsporen. Ernstige lijders kunnen zeker beter worden uitgesloten van de fokkerij. Zij blijven echter vrijwel steeds als huishond geschikt. Dit vooral omdat men niet bang behoeft te zijn dat het oog alsnog slechter wordt en het percentage honden dat aan beide ogen blind is, is maar heel klein. Honden met CEA kunnen beter worden uitgesloten van de fokkerij. Indien het aantal voor de fokkerij beschikbare dieren dit toelaat kunnen de ouderdieren en de broertjes en zusjes ook beter niet voor de fok worden ingezet. Fokmaatregelen hebben aangetoond effectief te kunnen zijn. Zo werd in het Lake-district in de USA door voorlichting en fokmaatregelen het percentage aan CEA lijdende dieren, in 3 jaar tijd, teruggedrongen van 97% naar 59 % en men verkreeg betere showresultaten, doordat men meer ging letten op de nakomelingen dan op de ouderdieren zelf!

Voor meer informatie http://www.dewagenrenk.nl/